WAAROM ONDER HET TEMPO RIJDEN TOT GEREDEN (!) IMPULS LEIDT

(EN OVER HET VRIJGEZELLEN-BESTAAN)

Twee niet-paarden-snappende-mannetjes vervangen de spiegelwand. Ook dat nog. Alsof Anneke op die spiegel zit te wachten. Want het gaat voor geen meter.

De weerstand staat in haar hele gezicht. Zelfs haar neusvleugels doen mee, ze krullen wat op. Tabak heeft ze ervan, dat lage tempo dat ze van me moet rijden. Ik snap haar wel.

“Ja, ik weet nog goed dat ik zelf de eerste keer onder het tempo reed. Af-schu-we-lijk. Hoe verkoop ik dit in godsnaam aan de jury? Dat was het enige waar ik aan kon denken.”

Opgelucht knikt ze. Zelfs haar neusvleugels zakken een beetje. Hoopvol, bijna gretig, vraagt ze:

“Dus nu we gaan het anders doen? Meer naar voren rijden?”

Maar hier maakt ze een denkfout. Mijn begrip leidt niet tot een wijziging van mijn aanpak. Vraag maar aan mijn man. Hoewel zij er dan wel wat meer uitleg bij krijgt.

“Nee nee, in dit stadium blijven we onder het tempo rijden. Ik maak namelijk verschil tussen vooruit lopen en gereden impuls. Alleen dat laatste brengt je verder.”

En hatsá, meteen is ze terug bij haar weerstand.

“Nou, zo hoeft het niet voor mij niet hoor! Met dat slakkentempo.”

20201129_134138

Het is is tijd voor me om door te pakken, op inhoud.

“Het gaat niet om het tempo dat je rijdt. Dat is de kern van dit omdenken.

Het gaat wèl om je paard dat 100 % onder je blijft. Dat 100 % op je wacht. Dat maximaal het zadel draagt.

Soms moet je, om dat te bereiken, onder het tempo rijden. Maar bedenk dan dat het tempo is geen doel is, maar een middel.

Als je daarna naar voren rijdt, dan ontstaat er gereden (!) impuls.”

Haar gezicht ontspant weer wat. Voorzichtig dan hè. Want echt overtuigen doe je haar niet zomaar. Maar ik blijf hoe dan ook gezellig, want met kritische mensen werk ik het liefst. Dus ik ga stug door met mijn uitleg.

“Ik draai het om. Hij kan je nooit op een eerlijke manier naar voren meenemen als hij als uitgangspunt niet onder je is.”

That rings a bell. Er kan zelfs een grapje vanaf.

“Ah, oké, dat klopt wel. Iemand die niet bij me is, kan ik ook nergens mee naar toe nemen. Dat is zo’n beetje het kernprobleem van mijn vrijgezellenbestaan.” 

Ik grijns. Humor zalft en we gaan verder. Onder het tempo.

ONLINE CURSUS

‘DOORZITTEN ALS

EEN PROF’